Sommige vogels verblijven hier alleen in de winter om de kou in het hoge noorden te ontvluchten of juist alleen in de zomer om te broeden. Een voorbeeld van de laatste groep is de ooievaar. Hij broedt onder andere hier in Nederland en gaat aan het eind van de zomer naar Afrika om daar te overwinteren. Begin van het jaar komt hij weer terug. Dit noemen we vogeltrek.
Route
Er zijn duizenden verschillende soorten trekvogels en bijna net zo veel routes. Sommige vogels gaan niet zo heel ver. Het roodborstje bijvoorbeeld komt in de winter niet verder dan Frankrijk of Spanje. Maar je hebt ook soorten die bijna de hele wereld overvliegen. Neem nou de Noordse stern. Deze vogel broedt op de toendra’s in het Noordpoolgebied en overwintert in het Zuidpoolgebied. Per jaar legt hij dus zo’n 36.000 kilometer af!
Noordse stern, bron: wikipedia.
Uitrusting
Om zo’n topprestatie te kunnen leveren, heb je als vogel natuurlijk wel een goede uitrusting nodig. Allereerst een goed stel vleugels. Vliegen kost namelijk veel minder energie dan over land reizen.
Verder hebben vogels een heel efficiënt ademhalingssysteem, waarbij de lucht maar in één richting door de longen gaat in plaats van heen en terug zoals bij ons. Hierdoor kunnen ze veel meer zuurstof uit de lucht halen. Dat moet ook wel, want ze vliegen vaak op kilometers hoogte en daar is de hoeveelheid zuurstof in de lucht veel kleiner.
Als brandstof gebruiken ze vet. Voordat de trek begint, eten ze zich helemaal vol. Dat voedsel wordt opgeslagen in de vorm van vet. Een kleine vogel kan wel tot 100% aankomen! Vet is een goede brandstof, omdat er bij de verbranding veel energie vrijkomt. Negen kilocalorieën per gram tegen vier kilocalorieën bij koolhydraten.
Navigatie
Jonge vogels leren vaak de route van hun ouders, maar het vermogen tot navigeren is grotendeels aangeboren. Denk maar aan een postduif, die zomaar ergens losgelaten wordt en dan feilloos de weg naar huis weer terugvindt.
Om de weg te vinden, gebruiken vogels herkenbare dingen in het landschap, zoals bergen en de kustlijn. Ook maken ze gebruik van de stand van de zon en de sterren. Ook zijn er aanwijzingen dat het aardmagnetisch veld en geur ook belangrijk zijn bij het navigeren.
Gevaren
Zo’n lange tocht brengt natuurlijk een hoop gevaren met zich mee. Veel vogels halen dan ook het eindpunt niet. Slecht weer, natuurlijke vijanden en voedselgebrek kunnen veel slachtoffers eisen. Maar ook de mens is een gevaar. Denk maar aan de jacht op vogels en hoogspanningskabels waar ze tegenaan vliegen.
Doen alle vogels aan vogeltrek?
Nee. Je hebt standvogels, die blijven het hele jaar op dezelfde plek. Een voorbeeld hiervan is de huismus. Van sommige soorten vogels doet een deel aan vogeltrek, een ander deel niet. Dit noemen we de gedeeltelijke trekvogels. De blauwe reiger is er een van. Blauwe reigers in Nederland blijven het hele jaar hier. Hun soortgenoten in Scandinavië gaan in de winter naar Zuid-Europa en Afrika.
Nog zo’n vogel die niet aan vogeltrek doet: de struisvogel, foto: Marieke de Boer.



